Voetstappen uit het verleden

Marike Goossens

De aarde verbergt velerlei schatten die de moderne mens een blik op het verre verleden gunnen. Archeologen doen hun best deze voorwerpen boven water te krijgen. Scherven, speerpunten, sieraden, resten van kleding en botten. Heel soms ontdekken zij zoiets vluchtigs en ongrijpbaars als voetstappen.

Het merendeel van de voetstappen die een mens in zijn leven zet blijven niet bewaard. Hoogstens in het geheugen van een stappenteller maar de afdrukken zelf zeker niet. Toch is er af en toe sprake geweest van buitengewone omstandigheden waardoor voetstappen van onze voorouders bewaard zijn gebleven.

Reconstructie van het gezicht van een Australopithecus afarensis (foto: Wikimedia Commons)
Lees verder

Op de slagvelden van Heiligerlee en Jemgum

Door Wike de Boer

Lange lansen, strijdbanieren en daverende kanonnen. De slag bij Heiligerlee uit 1568 staat bekend als de ‘de slag waar de Tachtigjarige Oorlog mee begon’, een overwinning die Heiligerlee op de kaart heeft gezet. De daaropvolgende slag bij Jemgum (destijds Jemmingen) die voor de Nederlandse opstandelingen op een verpletterende nederlaag uitliep, is veel minder bekend. Hoe zit dit en welke sporen van de geschiedenis zijn er in Heiligerlee en Jemgum (vlak over de grens met Duitsland) nog terug te vinden?

Frans Hogenberg, Slag bij Heiligerlee, handgekleurde ets 1568 -1570. Midden rechts sneuvelt Arenberg, midden onder komt Adolf van Nassau om
Bron: Groninger Archieven
Lees verder

Corona in een heldenstad

Lilian Eefting

Moermansk lijkt soms ver van de bewoonde wereld te liggen, immuun voor corona is de heldenstad zeker niet. Integendeel. En de aanpak van deze pandemie door de autoriteiten is op zijn minst opmerkelijk te noemen.

De besmettingen in Moermansk lopen in een hoog tempo op
Bron: www.themoscowtimes.com/2020/07/28/northern-russian-region-counts-more-covid-19-cases-than-neighboring-norway-or-finland-a71003
Lees verder

‘Ik ben stiekem paard geworden’

Wandelen met een loslopend paard

Edith Boeker

Wat doe je als je in een bos op een loslopend paard stuit? Zonder zadel of tuig, zelfs geen halster? Dan denk je: die is uitgebroken. O jee. Als er dan ook eens een hengst achteraankomt, met weliswaar een kaptoom maar geen teugel eraan, dan grijp je naar je mobieltje. Hier is iets heel erg niet in orde. Maar wacht, er loopt iemand bij. Ze roept iets naar het voorste paard, dat blijft staan. Nu zal ze hem wel snel aanlijnen. Dat doet ze niet. Het gezelschap kuiert vrolijk verder.

Een ontmoeting als zojuist beschreven had je een paar jaar geleden zomaar kunnen overkomen, toen Josien van der Poel met haar paarden Pablo (20) en Matty (15) een trektocht van drie weken maakte over de Veluwe. Een trektocht te paard is in Nederland al vrij bijzonder. Maar Josien zat niet op haar paarden, ze liep ernaast. En die paarden liepen dus los.

Bij De Vrijruiter (ledenmagazine van Nederlandse Vereniging van Vrijetijds Ruiters, red.) keken we er wel van op toen ze deze actie aankondigde. Ze deed het voor haar plezier, maar wilde ook een statement maken: zo kan het ook. Wie nieuwsgierig was, mocht een eindje meelopen. Dat wilden wij wel. Uiteindelijk bleek het te ingewikkeld om de trektocht te verslaan, maar gelukkig wandelen Josien en haar paarden ook regelmatig in het bos nabij Loenen. Af en toe neemt ze daarbij ook belangstellenden mee. En zo komt het dat er vandaag vier mensen en twee loslopende paarden op stap gaan: Josien natuurlijk, met Pablo en Matty, en bovendien fotografe Vanessa en ikzelf. En psychologe Stephanie Sanders, zij heeft een bedrijfje, Liz&Laire Psychologie/Equitherapie, waarvoor José de paarden traint. Voor haar is het dus niets bijzonders dat er een Andalusische hengst – Pablo – nu eens tussen, dan weer voor haar en Vanessa uit loopt.

Wonderlijk

Zelf moet ik er wel aan wennen. Ik loop naast Josien, maar moet mijn plek soms delen met Arabische volbloed Matty. Hij loopt ofwel naast Josien, of in zijn eentje voorop.  Het is een wonderlijke ervaring om je op deze manier over een ruiterpad te verplaatsen. Totaal anders dan wanneer je met je paard aan de hand wandelt. Het lijkt ook niet op lopen met een hond, die steeds naar je omkijkt. Losjes en onafhankelijk bewegen beide paarden zich om ons heen. Ze doen hun eigen ding, maar blijven toch in de buurt. Het lijken wel betoverde prinsen.

Soms dwalen ze af. Dan word ik zenuwachtig. ‘Ja,’ zegt Josien, ‘je kan dit alleen doen als je zeker weet dat ze bij je willen blijven.’ Ze heeft een bijzondere band met haar paarden. Pablo heeft ze al vijftien jaar. Hij is impulsief, je moet hem niet voorop laten lopen want hij kan zomaar ineens, in een galopje uitbarsten. Matty is de verantwoordelijke van de twee. Toen ze hem negen jaar geleden kreeg, was hij een onhandelbaar renpaard dat niemand vertrouwde. Inmiddels weet ze precies wat ze aan hem heeft.

Zoals hij hier naast mij loopt, kan ik hem niet anders omschrijven dan als een waardig dier. Gereserveerd ook. Hij duwt je niet opzij maar neemt beslist zijn ruimte. Kijkt je onderzoekend aan. Ik reik hem mijn hand, hij ruikt er minzaam aan. Wendt zich dan weer tot Josien.

Waarom wil een mens in ’s hemelsnaam wandelen met paarden, als je ook kunt rijden? ‘Als je wandelt, ben je onderdeel van de kudde,’ verklaart Josien. ‘Als ik op Pablo zit heb ik minder contact met Matty. Nu zijn wij met zijn drieen een kudde, ik ben stiekem paard geworden.’ Dat communiceert anders. ‘Als ik erop zit en Pablo doet drie stappen opzij, dan corrigeer ik hem, want anders zit ik met mijn hoofd in de takken. Nu moet ik erop vertrouwendat hij terugkomt, hij zit niet aan me vast. Als ik op hem zit, kan hij mijn lichaamstaal niet zien. Nu wel, nu kan ik volop de leiding nemen.’

Pardon? Je hebt toch veel meer te zeggen met een paar teugels in je handen? ‘Ja, maar dat zijn hulpmiddelen. Dat is een onnatuurlijke situatie.’ Stephanie valt haar bij: ‘Ernaast is in paardentaal veel meer een samenspel dan wanneer je erop zit.’ Niet dat ze zelf ook zo met haar paarden op pad gaat. ‘Er zijn maar heel weinig mensen die dit kunnen met hun paard.’

Risico’s

Ik ben blij dat te horen. Toen wij in de redactie overlegden of we deze reportage zouden maken, ontstond er een stevige discussie. Moest de Vrijruiter wel reclame maken voor zo’n riskante bezigheid? Als eigenaar ben je aansprakelijk als je paard een ongeluk veroorzaakt – ook als je daar zelf niet bij was. Je moet er niet aan denken dat iemand arbeidsongeschikt wordt. Daar is geen WA-verzekering tegen opgewassen.

‘Je kunt je hiervoor niet verzekeren’, bevestigt Stephanie. ‘Voor de wet kan je alleen bestuurder of begeleider zijn van een paard. Wat wij doen, daar bestaat geen verzekering voor.’ Kortom: don’t try this at home. Het kan alleen onder strikte voorwaarden, zegt Josien. ‘Je moet zelf heel stabiel zijn en niet in de stress schieten als er iets onverwachts gebeurt. En je paard moet in balans zijn. Een paard dat spanning of stress heeft, is onvoorspelbaar en onvoldoende in verbinding met zijn kudde. Juist in zo’n situatie als hier.’

Het kan ook beslist niet overal. ‘In de polder sowieso niet. En ook niet in een bos waar het druk is met wandelaars en fietsers. Dit bos is heel rustig, en er staat een hek omheen.’ Kortom, besluit Stephanie: bijna niemand kan dit zelf zo doen.

Waarom willen ze het dan toch bekend maken? Tenslotte neemt Josien soms andere mensen mee op deze wandelingen. ‘Ik wil mensen het kuddegevoel laten ervaren. Ik wil ze het wezen ‘paard’ laten ervaren.’ In wezen zijn paarden immers kuddedieren. Wil je ze echt leren begrijpen, dan moet je ze meemaken als ze onder elkaar zijn. En dan niet alleen maar overdag in het weiland. Die groepen wisselen nogal eens van samenstelling, en vaak gaat  ‘s avonds elk dier naar de eigen box. Maar de vijf paarden van Stephanie, die al geruime tijd dag en nacht bij elkaar staan, die hebben wel zoiets als een kudde ontwikkeld. Hoe ziet dat eruit?

‘In een kudde zijn alle paarden van elkaar afhankelijk,’ zegt ze. ‘Het is niet zo dat de hengst of een aanvoerster merrie de dienst uitmaken. De hengst drijft zijn merries bij elkaar als de kudde bedreigd wordt. Maar hij bepaalt niet waar ze heengaan.’ Volgens Josien is het eerder zo dat een paard om zo te zeggen voorstelt naar het water te gaan door een stukje die kant op te lopen. Maar als de rest niet volgt, komt hij of zij terug. In haar eigen kudde van drie wisselen Matty en zij elkaar af in die rol. ‘ Matty is een heel sterk leiderspaard. Hij voelt zich verantwoordelijk en houdt de groep in de gaten. Als er een groep mensen meewandelt en voorop gaan ze te hard, dan gaat hij achter ze lopen. Zo remt hij ze af.’ Inderdaad komt Matty in de loop van deze wandeling steeds even bij ons kijken om dan weer zijn eigen gang te gaan. Alsof hij wil checken of alles in orde is.

Lekkers

Helaas komen paardenideeën over de open ruimte niet overeen met die van de overheid. Zo is in dit bos alleen het ruiterpad toegankelijk voor paarden. Dus wanneer Matty met grote passen het kniediepe gras instapt om te grazen, wijst Josien dit voorstel af. Met nadrukkelijk lichaamstaal keert ze zich af van het gras en loopt door. De overige wandelaars volgen, evenals Pablo, die de achterhoede heeft opgezocht. Het duurt even, maar dan klinkt er hoefgeroffel. In galop komt de afvallige ons achterop. Hoofdschuddend alsof hij wil zeggen: ‘Jij hebt ook geen idee wat lekker is!’

Toch dat is niet helemaal waar. Want om haar middel draagt Josien een klein buideltasje en dat gaat nu open. Matty krijgt een klein hapje van het een of ander, wat in dank wordt aanvaard. Een beloning? Nou, nee, zo zou Josien het niet willen noemen. ‘Het is meer dat ik zeg: wat goed van je dat je dit hebt besloten.’ Het tasje gaat mee voor het geval het nodig is. Bijvoorbeeld om de aandacht af te leiden van een hengstige merrie. Of als dank, omdat Pablo zo gracieus de Spaanse pas en een levade laat zien, op een heideveldje onderweg. Op niet meer dan een verzoek in gebarentaal, zonder teugel of zweepje.

Het valt me op dat de beide paarden verder niet schooien om een versnapering uit het buideltasje. Maar er is natuurlijk ook gras genoeg onderweg, en ze mogen grazen. ‘Op de trektocht aten ze meestal de eerste twee uur’ zegt Josien. ‘Daarna zetten ze er de pas in, dan maken ze echt kilometers hoor. Na vier uur lopen moesten ze dan nodig weer wat eten, een minuut of tien.’ Onwillekeurig denk ik dan aan mijn eigen paard, dat lopen eigenlijk maar onzin vindt, aangezien het gras toch al direct buiten het hek begint. ‘Pablo was in het begin ook gefixeerd op eten’, vertelt Josien. ‘Hij was niet sociaal opgevoed en vond eten belangrijker dan in de kudde zijn. Ik heb hem dat echt moeten leren. Hij mocht toen onderweg niet snaaien, dan zei ik nee! We gaan verder.’

Machteloos

Alles goed en wel, maar de gemiddelde paardenmens zegt dat met behulp van een touw. Zonder touw voel ik me verontrustend machteloos, en het valt me ineens op hoe groot paarden eigenlijk zijn. Zelfbewust en onverstoorbaar passeren ze, komen terug, kijken je even van terzijde aan. De hengst heeft een groot, bijna menselijk oog met opmerkelijk veel wit in de ooghoek en flink wat ouderdomsrimpeltjes erboven. Dan loopt hij weer weg.

Soms wordt de afstand te groot. Dan moet Josien ingrijpen. ‘Ik ben in deze kudde degene die alles bij elkaar houdt’, zei ze al. Dat is niet eenvoudig als je alleen met lichaamstaal werkt. Aanlijnen doet ze alleen als er wandelaars of ruiters passeren: ‘uit beleefdheid’.

Ze moet dus voortdurend alles in de gaten houden, net zoals paarden dat zelf doen. Daarbij dan ook nog eens cursisten of in dit geval een interviewer te woord staan. Daar ligt een spanningsveld. Op een gegeven moment is Matty wel erg ver weg en komen er juist twee wandelaars met een hond aanzetten. Gelukkig wordt die wel aangelijnd, en is Matty de rust zelve. Met een verbaasde blik passeren ze en ik roep: ‘Bedankt!’ Waarna Matty toch maar wordt verzocht zich weer bij de kudde te voegen.

Ineens ben ik heel moe. Wat een eigenaardig samenzijn is dit. Ik vind het bijzonder, indrukwekkend zelfs. Maar ook enerverend en niet zonder risico. Ergens mis ik ook de gezelligheid van zo’n groot deinend paardenhoofd naast je. Al moet ik Josien nageven: wie zegt er dat het paard het ook zo gezellig vindt aan de andere kant van het touw?

Wij mensen zijn overbeterlijke dwingelanden, we regeren over deze planeet en de dieren hebben zich maar naar ons te schikken. Maar zijn onze paarden, die nooit zonder een teugel of touw op pad gaan werkelijk hun ziel kwijt? Josien vergelijkt ze met werknemers die zolang ze aan het werk zijn hun professionele masker dragen. Pas als wij onze hielen hebben gelicht, kunnen ze zichzelf zijn.

Dat is een akelige gedachte. ‘Nou ja,’ verzacht Stephanie, ‘Josien heeft in haar werk natuurlijk vooral te maken met probleempaarden.’ Ze doelt op Josien’s eigen bedrijf Aditi Horses. Bij Liz&Laire traint ze paarden die worden ingezet voor equitherapie. ‘Bij equitherapie zie je vooral ontzettend brave en betrouwbare paarden.  Maar een paard kan zoveel meer. Als hij in balans is.’

Uitdaging

Daar kan ik me inmiddels iets bij voorstellen. De beide paarden die mij vandaag vergezelden zijn bepaald persoonlijkheden. ‘Braaf’ is niet het woord dat bij je opkomt als je ze wilt beschrijven, eerder iets als ‘beschaafd’ of ‘welwillend’.

Schuilt er in ieder paard zo’n betoverde prins? Als je daarachter wilt komen, zou je eens samen uit wandelen moeten gaan, zegt Josien. Niet helemaal los, maar wel volgens hetzelfde principe. Aan een heel lang touw, en zonder te trekken. Niet commanderen dus, maar een voorstel doen. In lichaamstaal. En dan ook weleens openstaan voor een tegenvoorstel.

Dat wordt gegarandeerd geen rechte lijn van A naar B. Eerder zigzaggend en onderzoekend, en soms door het struikgewas. Het lijkt mij een hele uitdaging voor paardenmeisjes, bazig als wij kunnen zijn. Sterker nog: een hele opgaaf voor ieder die behoort tot de menselijke soort.

Maar misschien moet je het wel juist daarom eens proberen?

Foto’s: Vanessa Teepe
Deze reportage is verschenen in juli 2015 in De Vrijruiter, het ledenmagazine van de Nederlandse Vereniging van Vrijetijds Ruiters (NVVR).

Het Liauckemavoordeel (III)

Wike de Boer

Nadat de stad Groningen in 1594 door prins Maurits was veroverd, moest de katholieke legeraanvoerder Jarich van Liauckema met zijn vrouw Sjouck en twee dochters naar de Zuidelijke Nederlanden uitwijken. Ze vestigden zich in de stad Mechelen. Een terugkeer naar hun Friese geboortegrond leek verder weg dan ooit.

Jarich en Sjouck in Mechelen

Sexbierum en Friesland moeten voor Jarich en Sjouck steeds verder uit beeld zijn geraakt. Ze voelden zich steeds meer thuis in Mechelen met zijn magnifieke St. Romboutskathedraal, brede pleinen en statige stadspaleizen. Op een bepaald moment besloten ze om hun Friese voornamen niet langer te gebruiken. Jarich veranderde zijn naam in het deftiger Georg, zijn vrouw Sjouck werd Sophie, Jel en Tryn gingen voortaan als Juliana en Catharina door het leven. Hun toekomst lag in Vlaanderen. Ze moesten ook aan hun dochters denken.

Lees verder

Het Liauckemavoordeel (II)

Door Wike de Boer

De katholieke familie Liauckema, die eeuwenlang de streek bij het Friese Sexbierum had gedomineerd, moest vanwege de Tachtigjarige Oorlog in 1579 huis en haard verlaten. Jarich van Liauckema, de oudste zoon van de familie, nam dienst in het Spaanse leger om de opstand de kop in te drukken en zijn rechten te herwinnen.

Jarich in het Spaanse leger

Meer dan ooit was Jarich gemotiveerd om te vechten. Zijn toekomst stond op het spel. Omdat hij van hoge adel was, werd hij aangesteld als een van de onderaanvoerders van het Spaanse leger in Noord-Nederland. Dit leger was aan de winnende hand en wist in 1582 Steenwijk, een belangrijke toegangspoort naar het noorden te veroveren.

Altaarstuk door een onbekende meester, vermoedelijk kort na de verovering van Steenwijk gemaakt (Rijksmuseum Amsterdam). De commandeurs van het Spaanse leger na de capitulatie van Steenswijk zijn hierop afgebeeld. Jarich is de vierde man van links. De tweede van links is zijn latere schoonvader Tiete van Cammingha. Vooraan de Spaanse legeraanvoerder Juan Bautista de Tassis.
Foto: nl.wikipedia.org/wiki/Jarich_van_Liaucke
Lees verder

Het Liauckemavoordeel (I)

Door Wike de Boer

Voor sommige adellijke kinderen uit de 16e en 17e eeuw leek de toekomst bij de geboorte al vast te staan. Twee fascinerende kinderportretten in het Fries Museum getuigen daarvan. De portretten zijn afkomstig uit de voormalige Liauckemastate in het Friese Sexbierum. Wat was dat voor familie, die Liauckema’s en hoe verging het hun in de tijd van de Gouden Eeuw?

We duiken in het leven van Jarich van Liauckema ( 1559-1642). Vanaf zijn geboorte was hij voorbestemd om de Liauckemastate met bijbehorende bezittingen te erven. Daardoor zou hij net als zijn voorouders een belangrijke positie in het bestuur van Friesland verwerven. Toen dit door het uitbreken van de Tachtigjarige Oorlog op losse schroeven kwam te staan, zette Jarich alles op alles om zijn oude rechten te behouden.

Kinderportretten

Het is druk in het Fries Museum. De tentoonstelling ‘Rembrandt en Saskia, Liefde in de Gouden Eeuw’ (te zien in 2019) is uitverkocht.

Portret van Saskia, 1633/1634-1642, olieverf op paneel
Foto: Rembrandt en Saskia, liefde in de Gouden Eeuw, tentoonstellingscatalogus.
Lees verder

Een ode aan naald en draad

Lilian Eefting

Veel aandacht krijgen ze niet. Sterker nog: vaak wordt er een beetje lacherig om gedaan. Niet zo gek dat de mensen die ze gemaakt hebben er dan maar het zwijgen toe doen. Terwijl er uren en uren toewijding, creativiteit, precisie en soms zelfs een belangrijke boodschap in zit verwerkt. Het zijn levensverhalen vervaardigd met naald en draad.

Uitsnede van het Tapijt van Bayeux
Lees verder

Een monument voor granen, zaden en peulvruchten

Door Wike de Boer

Onophoudelijk kom je ’m tegen op boekenleggers, stadsgidsen en ansichtkaarten: een foto van de Korenbeurs met de Aa-kerk op de achtergrond. Het is een van de bekendste stadsgezichten van Groningen. De Korenbeurs is eenvoudigweg niet over het hoofd te zien. Het gebouw heeft iets weg van een Griekse tempel. Vier enorme zuilen met Korinthische kapitelen dragen een driehoekig dak. Beelden van Ceres, de godin van de vruchtbaarheid en Neptunus, de god van de zeevaart staan in nissen naast de toegangsdeuren. Op de nok van het dak bevindt zich een beeld van Mercurius, de god van de handel. Met een gevleugelde staf in zijn hand en de wereldbol aan zijn voeten zingt hij de lof van de markt en de vrije handel. DE KORENBEURS: op de brede witte kroonlijst die over de hele gevel van het gebouw heenloopt, staat het in hoofdletters geschreven.

De Korenbeurs met de Aa-kerk op de achtergrond
Foto: Gouwenaar, rijksmonumenten.nl
Lees verder