Joost

Een beetje boffen, uiteindelijk weinig veine

“Het Comité Monument J.E. Scholten heeft Zaterdag niet geboft en toch ook weer veine gehad”, lees ik in het Nieuwsblad van het Noorden van 7 september 1931. Dat laatste, veine gehad, moet ik toch even opzoeken. Google leidt mij naar een lijvig boekwerk uit 1924 getiteld Nederlandsche Spreekwoorden, Uitdrukkingen en Gezegden. Geluk hebben, lees ik op pagina 392, afgeleid van het Franse avoir de la veine, être en veine.

Want wat wilde het geval? Die zaterdagmiddag zou in het Groningse Stadspark tijdens een groots opgezette plechtigheid een monument onthuld worden voor Jan Evert Scholten, industriebaron, lid van de Eerste Kamer en, zo te lezen, aanjager van zo’n beetje elk zinvol initiatief dat tot aan zijn overlijden in 1918 in Groninger Stad en Ommeland genomen werd. De oprichting van een vereniging die later het Stadspark zou aanleggen is een treffend voorbeeld. Maar helaas, “Om 1 uur kletterde de regen bij stroomen neer en felle bliksemstralen werden dadelijk door ratelende donderslagen gevolgd. ’t Zag er naar uit dat de heele plechtigheid in het Stadspark gedoemd was te verregenen”. Dat is niet boffen inderdaad en het verwondert de verslaggever van dienst – onderweg naar de plechtigheid nog door een “malsch buitje begroet” – dat “het Comité toch den moed heeft gehad om tegenover het Monument in de open lucht zijn vele gasten die de dreigende elementen getrotseerd hadden, te ontvangen.” Maar kort na half drie is kennelijk de veine begonnen. Sprekers noch toehoorders werden door de regen verjaagd, gymnasten defileerden bijna zonder nat te worden (“behalve dan hun voeten”) en ook de jeugdige ballondragers “hebben het nog vrij goed getroffen”. Wat dat laatste precies betekent, is gissen.

Nieuwsblad van het Noorden, 7 september 1931. Veine, want alleen natte voeten voor de gymnasten.

Zelf heb ik aanzienlijk minder veine wanneer ik ruim negentig jaar later bij het Scholtenmonument afspreek met Jan Pestoor, technisch specialist bij Stadsbeheer van de gemeente Groningen. Hoewel het inmiddels al ruimschoots voorjaar heet te zijn, ploeg ik mij onderweg naar het Stadspark door een heuse sneeuwstorm. Een snijdende wind jaagt dikke vlokken in mijn gezicht en de keus om handschoenen thuis te laten – zo kan ik ze ook niet kwijtraken – pakt slecht uit. Gelukkig is Pestoor met een dienstauto van de gemeente naar het monument gereden en ik ga maar al te graag in op zijn uitnodiging plaats te nemen op de passagiersstoel. Door de voorruit kijken we naar een stalen hekwerk met daarachter een gehavend monument. Vooral de vlakken opgevuld met bakstenen waarvoor ooit twee kinderfiguren stonden, zij met knots, hij met discus, bieden een treurige aanblik op deze gure middag. “Hier is wat gebeurd”, zegt Pestoor, doelend op een ernstig incident in september 2020, toen op een vroege zondagochtend een auto hard inreed op het monument. “De klap zelf gaf schade, maar het was vooral de brand die erop volgde.”

Het monument in april 2022, met Jan Evert, de stedenmaagd (zijpaneel) en de paarden, nu nog zonder de sportende kinderen en spuwers. De sneeuw is inmiddels gesmolten.

Het idee voor het nu zo toegetakelde monument ontstond al snel na het overlijden van Jan Evert Scholten en direct werd een comité opgericht. Voormalig directeur Gemeentewerken Jan Anthony Mulock Houwer, die samen met Scholten betrokken was bij de oprichting van het Stadspark, kreeg de opdracht dit idee verder uit te werken. Hij kwam met een ontwerp met centraal een bronzen borstbeeld van Scholten, geflankeerd door voorstellingen die verwijzen naar activiteiten in het Stadspark. Of, wat Scholten betreft, geplande activiteiten, want zelf zou hij de opening in 1922 niet meer meemaken. De twee kalkstenen kinderfiguren verwijzen naar sport, de bronzen platen naar de draverij en de paardenfokkerij en een stedenmaagd houdt toezicht terwijl ze de glorieuze prestaties van Jan Evert Scholten voor ons nazaten op schrift stelt. Een bekende beeldhouwer, Abraham Hesselink, maakte in nauw overleg met Mulock Houwer de verschillende figuren, al moest wegens een tragisch voorval van déveine zijn assistent J.W. van Tetterode het werk afmaken. Hesselink zelf overleed onverwacht in 1930, naar verluidt uitgerekend op de dag dat hij de laatste hand zou leggen aan het bronzen beeld van Scholten. Oorspronkelijk maakte een waterpartij deel uit van het monument, met fontein, spuwers en waterplanten. Ergens tussen 1931 en 2020 werd het water vervangen door een plantenbak en het kan niet anders dan dat het monument daarmee flink aan karakter heeft verloren. Want, zo schreef het Nieuwsblad van het Noorden in 1931, “De waterspuwers geven door klaterende stralen de levendige geest weer van den man wien dit werk is gewijd”.

Jan Evert Scholten
Na het overlijden van zijn vader Willem Albert in 1892 erfde Jan Evert Scholten (1849-1918) het familiebezit, waaronder een enorm imperium van bedrijven. Hoe Willem Alberts rijkdom precies tot stand is gekomen, is te lezen in andere verhalen uit deze serie. Jan Evert was op slag een van de rijkste mannen van Nederland en in de loop der jaren breidde hij het concern nog weer verder uit met onder meer enkele zuivelfabrieken in Friesland en een suikerfabriek in het Groningse Vierverlaten.
Dankzij zijn fortuin werd Jan Evert een machtig man en hij trad graag op de voorgrond. Al voor de dood van Willem Albert was Jan Evert lid geweest van de Groningse gemeenteraad en Provinciale Staten. In 1902 trad hij toe tot de Eerste Kamer en bleef lid tot 1910. Daarnaast verzamelde hij een arsenaal aan bestuursfuncties waarmee hij zijn stempel op de regio drukte. Het voorzitterschap van de vereniging die de aanleg van het Stadpark klaarspeelde is maar één voorbeeld. Allerlei initiatieven als een openbare leeszaal, een “droge kroeg”, een watersportvereniging aan het Paterswoldse Meer en een harddraverijvereniging in Groningen slaagden onder zijn voorzitterschap. Grote projecten als de aanleg van een verbindingskanaal tussen Groningen en Drenthe, een straatweg tussen Haren en Paterswolde en een grote nijverheidstentoonstelling – meer dan 200.000 bezoekers – werden door hem aangejaagd en gefinancierd. Er was, kortom, begin twintigste eeuw geen bord pap te vinden in Noord-Nederland of Jan Evert Scholten had er een dikke vinger in. Ook in 2022 tref je nog genoeg sporen van Jan Evert aan in stad en provincie Groningen. Toch bestaat mogelijk zijn grootste verdienste uit een regionaal bewustzijn en geloof in vooruitgang waarmee hij de omgeving op sleeptouw nam. Bij de onthulling van het monument in het Stadspark in 1931 spreken zijn tijdgenoten er nog over. “Op te sommen alles wat Scholten ter hand nam is niet mogelijk”, speecht de voorzitter van het Comité, om er later – in de context van de aanleg van het Stadpark – aan toe te voegen: “Men dacht het doel soms onbereikbaar, maar de voorzitter wist den moed erin te houden”.   Op 7 september 1918 overlijdt Jan Evert Scholten in Scheveningen, waar hij regelmatig in de duinen verbleef om te rusten en aan te sterken. Hij was, meldt het Nieuwblad van het Noorden nog diezelfde dag, “reeds lang niet meer de gezonde sterke man zooals heel Groningen hem heeft gekend jaren lang”. Vier jaar later opent in aanwezigheid van de koninklijke familie het Stadspark, waar kort voor zijn dertiende sterfdag het monument van dit verhaal wordt onthuld.

Direct na de aanrijding in 2020 werd Jan Pestoor betrokken bij het herstel. Snel borgen, was het devies. Pestoor hield er rekening mee dat souvenirjagers materialen zouden meenemen; ook moest alles zo snel mogelijk in een veilige opslag worden geplaatst om nog meer schade te voorkomen. Bovendien was al snel besloten dat bij het herstel zo veel mogelijk authentiek materiaal ingezet zou worden. Het kwam daarom aan op veilig wegzetten en, vooral, zorgvuldig sorteren van de brokken. Dat is blijkbaar goed gelukt. Pestoor meldt trots dat hij van experts complimenten heeft gehad over de grote hoeveelheid materiaal dat opnieuw kon worden ingezet. “Het ijzeren hekwerk lag volledig in kreukels, maar het kon door een smid worden hersteld. Dat is dus allemaal origineel materiaal, net als banden voor natuursteen.” Ook dat natuursteen, graniet, is voor een belangrijk deel gered. Lijmen bleek meestal wel mogelijk, al waren sommige stukken te ver vergruisd. Niet herstelbaar, maar toch bruikbaar bleek het granieten blok waar Jan Everts borstbeeld op rust. Deze moest een halve slag worden gedraaid om schade te verhullen. Wanneer we even later het resultaat van dichtbij bekijken, moet ik inderdaad mijn best doen om het te zien.  

Het monument, ergens tussen 1931 en 1936 (bron: Beeldbank Groningen, NL-GnGRA_1986_21266).

Niet alles is gered. Een paar van de bronzen letters onder het borstbeeld zijn vermoedelijk in de hitte van de brand gesmolten. Dat was nog makkelijk te verhelpen. Vooral dankzij de letters die Pestoor wel terugvond, werden al snel vervangers gemaakt. Problematischer waren de twee kalkstenen kinderfiguren. Ze waren vanwege de brandschade al apart opgeslagen, maar bleken reddeloos verloren. Door de hitte bros geworden vielen ze bij de minste aanraking al uit elkaar. Replica’s boden de enige oplossing. Dat scheelde wel weer een hoop discussie, merkt Pestoor op, want diverse instanties, zowel van gemeente als rijksoverheid, waren intussen bij het herstel betrokken.

Een enorme meevaller was dan weer de bronzen buste van Jan Evert Scholten. Die zag er aanvankelijk verschrikkelijk uit, maar herstelde na verloop van tijd als uit zichzelf. De zogenoemde patina, een uiterst dun oxidelaagje over het brons, “groeide” op natuurlijke wijze weer terug en inmiddels zijn de brandwonden volledig hersteld.    

Pestoor vertelt dat er bewust voor is gekozen om, waar mogelijk, terug te keren naar het monument zoals dat op die natte zaterdagmiddag in 1931 was onthuld. Het herstelde monument krijgt weer een waterpartij met fontein, spuwers en waterplanten, precies zoals op oude foto’s is te zien en zoals Mulock Houwer het had bedoeld. Eindeloos heeft Pestoor moeten studeren op foto’s uit de jaren dertig. Er waren wel tekeningen, maar lang niet alle details kon hij daaruit achterhalen. Vooral de spuwertjes waren spaarzaam gedocumenteerd. Lastig, maar het zal dicht in de buurt van het origineel komen, meent Pestoor. Mogelijk krijgt het herstelde monument wel een eigentijdse draai in de vorm van verlichting, al is Pestoor daar zelf geen voorstander van. Maar vooruit, misschien voegt het wat toe en hij ziet het nu vooral als een proefopstelling. In de 89 jaar tussen onthulling en aanrijding is er tenslotte meer veranderd. “Dan zou je ook terug moeten naar de oorspronkelijke lage aanplant eromheen, zoals je op de oude foto’s ziet.” En dat kan al helemaal niet vanwege de tegenwoordig monumentale status van al dat groen.

Het monument in april 2022, met de nieuwe deur in oude stijl.

Uiterlijk gaan we dus terug naar 1931, maar technisch wordt de hele opstelling grondig gemoderniseerd. Denk aan pomp en waterleidingen en de binnenbak van de fontein, die nu een moderne coating heeft. En de deur aan de zijkant is nieuw, al lijkt deze meer op het origineel dan de deur die er tijdens het ongeluk zat. Allerlei hulpmaterialen als voegen zijn eigentijds om het weersbestendiger te maken.

Inmiddels is de aanrijding alweer bijna anderhalf jaar geleden en Pestoor lijkt zich wat te verontschuldigen voor het trage verloop van het herstel. Waarschijnlijk zal de oplevering wel een jaar later zijn dan oorspronkelijk bedoeld. Het hersteltraject kende hier en daar een beetje boffen, maar uiteindelijk maar weinig veine. Natuurlijk vertraagde corona het hele traject. Er waren veel verschillende mensen betrokken en even snel overleg was er afgelopen twee jaar vaak niet bij. En dan was er de kwakkelende gezondheid van de beeldhouwer die de twee kinderfiguren onder handen zou nemen, en die al een paar keer langere tijd uitviel. Ook, in alle eerlijkheid, door de locatie buiten het centrum zal Jan Evert niet de hoogste prioriteit hebben gehad. Zou Carl von Rabenhaupt, prominent aanwezig op het Waagplein, sneller zijn hersteld? “Zou zo maar kunnen”, lacht Pestoor.

Pestoor durft inmiddels geen datum meer te noemen, maar hij hoopt nu wel op een snelle afronding. Een heropening, ergens na de zomer, september 2022, dat zou toch mooi zijn. Zo’n spektakel als in 1931 zal het dit keer vast niet worden, maar hij hoopt op een opening waar in elk geval genoeg aandacht aan gegeven gaat worden.

Bronnen

Advertentie