Joost

Verloren in de geschiedenis

Paniek, verzengende hitte, duisternis en oorverdovende explosies. IJzingwekkend moeten ze geweest zijn, de laatste momenten van aardappel- en fruithandelaar Klaas Dijkstra uit Harkema. Tenminste, als hij zich daadwerkelijk bevond op de plek waar hij volgens de officiële lezing zijn einde vond. Die versie van het verhaal vertelt ons dat hij zich in het ruim van een van de schepen bevond toen de eerste Typhoons van de Royal Air Force op 3 mei 1945 hun aanval in de Lübecker Bocht inzetten. Doelbewust zouden ze op die koude donderdagmiddag de schepen Thielbek en Cap Arcona tot zinken brengen. Meer dan 7000 mensen – grotendeels gevangenen uit Duitse concentratiekampen – kwamen om.

Maar mogelijk was hij er helemaal niet meer bij, zoals dorpsgenoot Jan Zuidema later zou verklaren. Simpel omdat hij een maand eerder al was bezweken aan de ontberingen van kamp Neuengamme. En dat is nog maar een van vele mogelijke scenario’s. Zeker is alleen dat na 10 september 1944 – de dag dat Klaas in Neuengamme aankwam – nooit meer iets van hem vernomen is.

Vijfenzeventig jaar later herinnert een sobere steen met namen in zijn woonplaats Harkema nog aan het bestaan van Klaas Dijkstra. Een beetje strenge steen met niets dat ons iets vertelt over het leven van deze man. De steen vertelt ook niets over zijn onbekende maar zeker tragische lot. Documenten zijn er wel een paar, zoals een kort rapport van het Polizeilisches Durchgangslager Amersfoort, waarin te lezen is dat hij op 29 augustus 1944 vanuit Aussenstelle Groningen arriveerde om op 3, of 8, september weer door te reizen naar Neuengamme, “zum Arbeitseinsatz”. Ook is er de publicatie in de Staatscourant op 19 juli 1951, waarop hij, met tientallen anderen, door het Ministerie van Justitie officieel doodverklaard werd. “105298, Dijkstra, Klaas, 11 Dec. 1905, Achtkarspelen, Won. Achtkarspelen, Overleden 3 mei 1945, de omgeving van Neustadt (Duitsland)”, meer niet. Klaas lijkt niet meer dan een voetnoot van de geschiedenis geweest te zijn, een onbeduidend onderdeeltje van een oorlog.

Klaas Dijkstra
Bron: Stichting Vriendenkring Neuengamme

Gelukkig zijn er foto’s die hem weer tot mens maken. Bijvoorbeeld een uitvergroting van een pasfoto, scherp genoeg om zijn gezicht tot leven te laten komen. Brutaal en zelfverzekerd kijkt hij ons aan. Hij heeft zich in een net pak gehesen – voor de foto misschien? Als je goed kijkt, zie je de gaten en slijtplekken, want een welgesteld man was Klaas zeker niet. Maar juist door die sporen van gebruik zie je het. Klaas was een mens van vlees en bloed. Hij was een echtgenoot en vader van vier jonge kinderen die het verder zonder hem moesten doen.

Klaas Dijkstra is geboren op 11 december 1905 in Surhuisterveen als derde kind van Marten Dijkstra, van beroep landarbeider zonder vast contract, en Lamkje Mulder. Er zouden nog drie kinderen volgen en ook zouden Marten en Lamkje nog een nichtje in huis nemen. Het was dus een groot gezin zonder een vast inkomen. De familie woonde aan de rand van het dorp, aan De Ketting, vernoemd naar de voormalige grensovergang tussen Friesland en Groningen. Twee karakteristieke bomen en een ondiepe kuil in een tuin aan de rand van een zielloos bedrijventerrein herinneren tegenwoordig nog aan de plek waar Klaas opgroeide. Over zijn jeugd is verder niet heel veel meer bekend. In 1934 trouwde Klaas met Sikkeline – Lien – Nieuwman en met haar woonde hij in Harkema, zo’n vijf kilometer van zijn ouderlijk huis. Het stel zou al snel vier kinderen krijgen en Klaas knoopte de eindjes bij elkaar als handelaar in aardappelen en fruit.

Oorlog

De eerste oorlogsjaren lijken vrij rustig te verlopen voor Klaas en Lien. Zijn beroep kan hij voortzetten. Dat blijkt uit een bewijs van inschrijving dat, gezien de pasfoto die identiek is aan die op zijn persoonsbewijs, ergens begin jaren veertig moet zijn afgegeven. Heel anders verlopen die eerste oorlogsjaren voor zijn oudere broer Steffen, die al in 1941 op last van de bezetter zijn werkplaats als botenbouwer moet sluiten en in 1943 hals over kop onderduikt, omdat hij – ten onrechte – verdacht wordt van brandstichting.
Vanaf februari 1941 ronselt de Duitse bezetter in Nederland werkloze mannen om te gaan werken in Duitsland. Het is een maatregel om het tekort aan arbeiders in de fabrieken op te vangen. Vanaf mei 1943 moeten alle Nederlandse mannen tussen 18 en 35 jaar zich melden voor de Arbeitseinsatz. Velen duiken onder of zorgen voor een vrijstelling, om medische redenen of omdat ze thuis onmisbaar zijn. Aan Klaas zal deze maatregel aanvankelijk voorbij zijn gegaan. Hij is immers al 37. Ook wanneer in 1944 de leeftijd verhoogd wordt tot 40, lijkt hij zich geen zorgen te maken. Hij meldt zich in elk geval niet, ook niet wanneer elders grote groepen mannen worden opgepakt en op transport gesteld.
In de loop van augustus 1944 gaat het voor Klaas uiteindelijk toch mis. Hij raakt samen met zijn vader Marten verzeild in een ruzie met landwachter Douwe Wijnalda. Volgens sommige versies ging het over de oogst van sperziebonen en wortels, andere versies spreken van sprokkelhout. In elk geval was het een kleinigheid met grote gevolgen.
Klaas was geen makkelijke, zo weten zijn familieleden nog altijd te vertellen. Hij zal ongetwijfeld het een en ander gezegd hebben en op een goed moment grijpt hij Douwe Wijnalda zelfs bij de keel. Dat zal gevolgen hebben, kondigt Douwe aan, maar Klaas haalt z’n schouders op. Wat heeft hij nu precies misdaan? En met zijn 39 jaar zal het met die Arbeitseinsatz ook wel meevallen. Die houding illustreert zijn koppigheid. Klaas maakt hier een enorme – naar later blijkt zelfs fatale – fout.
’s Avonds ontvangt Klaas bezoek van de echtgenote van politieman Tjipke van der Grift en zij waarschuwt hem. Hij zal worden opgepakt en wel snel ook. Maar Klaas gelooft er nog steeds niets van en blijft rustig thuis. De volgende dag komen landwachters Douwe Wijnalda en Berend van der Molen samen met politieagenten Tjipke van der Grift en Geert Dijkstra (voor zover bekend geen familie) Klaas ophalen. Bijna 75 jaar later, in april 2019, weet zijn zoon Bertus nog goed wat er zich afspeelde.

Die nacht lag ik op bed toen ik beneden gestommel hoorde. De andere kinderen hoorden dit niet. Ik sloop naar beneden en ging onder de tafel zitten, waarop een kleed lag dat mij enigszins verborg voor de aanwezigen, die ook geen oog voor een kind van vier hadden. Ik zag grote zwarte laarzen met gespen, hoorde ze stampen op de vloer, hoorde de stemmen terwijl ik wellicht mijn handen voor de oren hield. Het was beangstigend, maar ik besefte het nog niet helemaal.

Eerst wordt Klaas naar Groningen gestuurd en van daaruit naar het Polizeiliches Durgangslager Amersfoort. Op 29 augustus 1944 komt hij aan in het door de SS beheerde doorgangskamp, zo blijkt uit een ontvangstrapport. Lang verblijft Klaas daar niet volgens hetzelfde formulier, want op 8 september is hij al weer uitgeschreven. Een trein brengt hem en een groot aantal andere gevangenen naar kamp Neuengamme, bij Hamburg. Daar komt hij op 10 september aan.

Kamp Neuengamme. De grindbakken markeren de locaties van barakken
Foto: Joost Demmink, augustus 2019

Na 10 september 1944 loopt het spoor naar Klaas eigenlijk dood. Er zijn nog wel drie indirecte aanwijzingen over zijn lot, maar feitelijk weten we niets zeker over de gebeurtenissen na de aankomst van Klaas in Neuengamme.

De eerste aanwijzing – een trouwring, die na de oorlog bij Lien bezorgd wordt – geeft weinig vertrouwen in een goede afloop.

Neuengamme

Het dorpje Neuengamme ligt zo’n 30 km ten oosten van Hamburg en had voor de oorlog een kleine steenfabriek die eind jaren dertig inmiddels niet meer in bedrijf was. In 1938 nam een SS-onderneming de fabriek in bezit en startte, door de inzet van honderden dwangarbeiders, de productie van bakstenen. Deze stenen waren nodig voor een aantal megalomane projecten die van Hamburg een van vijf Duitse “Führerstädte” moesten maken. Zo ontstond al gauw het concentratiekamp Neuengamme, aanvankelijk als buitenkamp van kamp Sachsenhausen en vanaf 1940 als zelfstandig kamp. Kamp Neuengamme werd opgezet volgens het zogenoemde “Dachauer Model”, wat inhield dat alle gevangenen – ongeacht de reden van hun gevangenschap – als de zwaarst mogelijke criminelen werden behandeld. Elke vorm van mededogen was de SS-bewakers onwaardig en kampterreur werd in hoge mate geformaliseerd in wrede protocollen. Naarmate de oorlog vorderde, werden de omstandigheden steeds gruwelijker en de doelstellingen steeds harder. De SS streefde naar totale vernietiging door arbeid. Het was dus nooit de bedoeling geweest dat Klaas ooit nog terug zou keren naar Harkema, naar Lien en hun vier jonge kinderen.
Het kon zo mogelijk nog erger. Neuengamme, ooit een buitenkamp van Sachsenhausen, had in 1944 inmiddels zelf een aantal buitenkampen. Onder meer in Husum, zo’n 180 km ten noorden van Neuengamme, bevond zich een kamp waar dwangarbeiders zich letterlijk doodwerkten aan verdedigingswerken. Hier zou Klaas Dijkstra geweest zijn volgens een getuige, dorpsgenoot Jan Zuidema. Zuidema heeft Klaas hier overigens niet gezien, maar hij zou er gehoord hebben dat Klaas er was overleden op 8 april. Latere bronnen vinden dit niet erg waarschijnlijk. De vondst van een portefeuille die aan Klaas toebehoorde in een kluis in Husum, begin jaren negentig, zou dit tegenspreken. Volgens het Rode Kruis bevatte deze kluis uitsluitend spullen van gevangenen uit het hoofdkamp, Neuengamme. De portefeuille vormt zo dus een tweede aanwijzing over de gebeurtenissen na 10 september.
We moeten nu aannemen dat Klaas in Neuengamme of daar in de omgeving tewerkgesteld is. Vrijwel zeker werd hij bij aankomst kaal geschoren en kreeg hij het gestreepte pak aan dat alle gevangenen droegen. En mogelijk werkte hij in de steenfabriek, al is het op basis van de kampstatistieken waarschijnlijker dat hij gedwongen meehielp aan de aanleg van tankvallen en antitankgrachten. Gevangenen moesten vaak uren achtereen in het ijskoude water onder in de grachten werken, waardoor hun voeten opengingen en begonnen te rotten. Boven liepen bewakers met lange zwepen die zij gebruikten voor constante dreiging en terreur. Velen stierven in die grachten door uitputting of ze werden eenvoudig vermoord. Een derde en laatste aanknopingspunt geeft echter aan dat dit lot Klaas bespaard bleef.
De beheerders van kamp Neuengamme hielden consciëntieus een boekhouding bij van de gevangenen, met hun aankomst en hun overlijden. Op 15 maart 1945 houdt deze administratie abrupt op vanwege de dreiging door de naderende geallieerde troepen. In deze “Totenbücher” komt Klaas niet voor en dat is, zoals het Rode Kruis vijftig jaar later zal bevestigen, een sterke aanwijzing dat Klaas op dat moment nog leeft.

Vanaf hier ontbreken verdere aanwijzingen en kunnen we alleen nog maar gissen hoe het verder ging.

Monument bij Neuengamme
Foto: Joost Demmink, augustus 2019

Ontruiming

Begin april begint de SS kamp Neuengamme te ontruimen. Ervaringen in Buchenwald, waar Amerikaanse troepen op 11 april de bevolking van Weimar dwongen de toestand in het kamp te aanschouwen, leidden ertoe dat men alle sporen van de gruwelijkheden wilde uitwissen. Geen gevangene mocht in handen van de bevrijders vallen. De ontruiming van Neuengamme verliep volgens een bekend protocol, dat al vanaf de herfst 1944 elders was toegepast. Eerst keerden alle gevangenen uit de buitenkampen terug. Dan volgden selectie en liquidatie van zieken die niet op transport konden. De overige gevangenen, zo’n 10.000, werden ingezet voor opruimwerkzaamheden en dan volgde transport, in dit geval naar Lübeck.

Laten we er eens van uitgaan dat Klaas op 19 april, de dag dat de laatste groep vertrok, nog altijd in leven was. Of hij Lübeck dan gehaald heeft, is maar de vraag. Onderweg van Neuengamme naar Lübeck stierven ruim 2000 gevangenen – vaak door uitputting, maar ook door systematische moordpartijen.
Bij gebrek aan beter nemen we aan dat Klaas eind april 1945 aankwam in Lübeck.

Aan boord

Eind april arriveerden zo’n 8000 gevangenen uit Neuengamme in Lübeck. Ze werden verdeeld over drie schepen: twee vrachtschepen, de Thielbek en de Athen, en een luxe cruiseschip, de Cap Arcona. Door een wonderlijke speling van het lot zouden de meeste opvarenden van de Athen, ongeveer 1500, de gebeurtenissen die nu volgden overleven. Het lijkt dus onwaarschijnlijk dat Klaas daar terechtgekomen is.
De Thielbek was een vrachtschip dat werd volgepakt met 2000 tot 2500 gevangenen. Aan boord van cruiseschip Cap Arcona bevonden zich op 3 mei ruim 5000 gevangenen en 400 SS’ers. Als Klaas hierheen is gebracht, moet hij een bizar schouwspel aanschouwd hebben.
De Cap Arcona was een oceaanreus waarmee de welgestelde klasse tussen 1927 en 1940 luxe reizen maakte van Hamburg naar Rio de Janeiro en Buenos Aires. Met haar 200 meter lengte en drie reusachtige schoonstenen maakte het schip in mei 1945 een enorme indruk in de kleine Lübecker Bocht. Het gold als een van de mooiste schepen van die tijd. Mogelijk is Klaas binnengekomen in de met kersenhout betimmerde ontvangsthal en heeft hij de schitterende eetzalen met spiegels en kroonluchters nog kunnen bekijken. Niet uitgesloten is dat hij zoiets nog nooit in zijn leven had gezien. Misschien liep hij vervolgens door de fraaie gangen en is hij in een van de comfortabele hutten geweest. Maar genoten heeft hij er niet van, want het decor van grandeur en luxe stond in grotesk contrast met wat zich aan boord afspeelde.
Het schip was overvol met uitgemergelde en kaalgeschoren gevangenen in hun gestreepte kampkleding. Complete chaos brak uit door de angst en het gebrek aan voedsel en drinken. Doordat sanitaire voorzieningen tekortschoten, was de stank ondragelijk. Inmiddels moet Klaas geweten hebben welk lot voor hem bedacht was. Overlevenden meldden later dat het aan boord gonsde van geruchten over de vernietiging van de drie schepen. De Cap Arcona zou naar diepere wateren buiten de Lübecker Bocht varen om daar tot zinken te worden gebracht. Het schip zou vol explosieven zitten en op allerlei wijzen zijn aangepast om het snel te laten vollopen. Macaber detail was dat niet alleen de gevangenen, maar ook de bemanning mee de diepte in moest. Ze hadden te veel gezien.

Maar zo ver zou het niet eens komen op die koude donderdagmiddag 3 mei.

Lange lijsten in herinneringscentrum Neuengamme met namen van slachtoffers. De naam Klaas Dijkstra staat tussen de slachtoffers van 3 mei 1945, de dag van de ramp in de Lübecker Bocht.
Foto: Joost Demmink, augustus 2019

De ramp

Ondertussen maakten de Britse troepen die zich in de buurt bevonden, zich grote zorgen over de bewegingen in de Lübecker Bocht. Zij vreesden een massale vlucht van SS-kopstukken en Duitse troepen, met munitie en wapens, naar Noorwegen. Door slecht weer was ingrijpen tot 3 mei nog niet mogelijk geweest. En nu ontstond, met al die gevangenen in de buurt, een precaire situatie. Meerdere bronnen, waaronder het Zweedse Rode Kruis, hebben de Britse bevelvoerders hierop gewezen. Zo veel is na 1945 duidelijk geworden. Maar Britse piloten waren niet op de hoogte.
Waarom zij nooit zijn ingelicht, is tot de dag van vandaag een raadsel. Was het een bewuste keuze van de bevelvoerders, omdat zij het voorkomen van de vlucht van de Duitsers belangrijker vonden dan het lot van de 8000 gevangenen? Of was het een communicatiefout? Wat het ook is geweest, als Klaas op 3 mei 1945 nog in leven was, heeft de onwetendheid van Britse piloten hem de das om gedaan en niet de  Duitse bommen in het ruim. Pas in 2045, wanneer de Britse archieven opengaan, zullen we wellicht ontdekken waarom het zo is gelopen.

Zicht op Lübecker Bocht bij Neustadt. Op deze plek verging de Cap Arcona.
Foto: Joost Demmink, augustus 2019

Rond 15:00 uur vallen de eerste Typhoons van het 198e squadron de Cap Arcona aan. Eerst treffen veertig raketten het schip, dat ogenblikkelijk vlam vat. Onder in het schip, op een plek waar op dat moment nog geen raket is ingeslagen, volgt een reusachtige explosie. Het gerucht dat explosieven aan boord zijn om het schip buitengaats te laten zinken, blijkt te kloppen. Overal op het schip breekt paniek uit. Helse explosies en verzengende hitte drijven de opvarenden tot waanzin en het schip maakt al gauw slagzij. Iedereen probeert zich te redden. Gevangenen vechten om alles wat drijft en ondertussen beginnen de SS’ers aan boord gericht op de gevangenen te schieten. Niemand mag levend de kust bereiken. Een getuige van de Duitse marine ziet het op afstand gebeuren. Hij spreekt van een “tapijt van kaalgeschoren hoofden” in het ijskoude water. Onderkoeling doodt de meeste drenkelingen die uit de brandende schepen ontkomen. Wie toch de kust bereikt, loopt grote kans daar neergeschoten te worden door politiemensen of een groep bewapende jongens van de Hitler Jugend. Als om 15:20 uur een tweede aanval volgt, kapseist de Cap Arcona en blijft door de ondiepte half boven water steken. De Thielbek is dan al volledig onder water verdwenen.
Na afloop is de Lübecker Bocht bezaaid met lichamen. Visnetten worden in de haast uitgehangen om te voorkomen dat de lijken de binnenwateren van Lübeck en Neustadt bereiken. Pas in 1971 worden de laatste menselijke resten opgevist.

Monument voor de slachtoffers van de ramp bij het massagraf aan het strand bij Neustadt
Foto: Joost Demmink, augustus 2019
Monument bij het massagraf Scharbeutz, bij Neustadt
Foto: Joost Demmink, augustus 2019

Einde

Klaas keert niet meer terug. We vermoeden wat hem is overkomen, dat hij samen met duizenden lotgenoten uit vele verschillende landen slachtoffer werd van het bombardement op de Cap Arcona en de Thielbek. Maar zeker weten we het niet, het spoor van Klaas liep eigenlijk weken of maanden eerder al dood. Hij is letterlijk verloren gegaan in de geschiedenis.
Op 19 juli 1951 verschijnt in de Staatscourant een publicatie waarin Klaas met tientallen anderen door het Ministerie van Justitie officieel doodverklaard wordt. Vier jaar later hertrouwt Lien met weduwnaar Sjouke Wijnsma. Ook onder deze omstandigheden gaat het leven verder, zo goed als het kan. Zoon Bertus zegt hierover:

In de eerste jaren na de oorlog werd er niet over gesproken. De oorlog was voorbij. Kop ervoor en werken, maar het bleef bij mij, net als zoveel anderen het zullen hebben. Ik ben niet de enige wil ik graag benadrukt hebben, ik ben ook niet zielig maar een vechter, een Harekiet in hart en nieren.

Gebruikmakend van de Harkemase geuzennaam Harekiet geeft Bertus aan hoe hij zich staande hield, ook toen het onbekende lot van zijn vader steeds meer aan hem begon te knagen. Samen met zijn vrouw Jannie ging hij op zoek naar antwoorden, maar vond ze nooit. In 2019 – hij is dan bijna 80 – zegt hij hierover:

Steeds weer zag ik mijn vader, hoorde ik zijn stem, maar tevergeefs. Wij weten niet eens hoe en wanneer hij omkwam. Een graf is er niet. Je hoopte tegen beter weten in dat je hem ooit weer zou zien.

Tegenwoordig zijn Neustadt en het naburige Pelsterhaken vrolijke badplaatsen aan de Lübecker Bocht. Een massagraf met monument met uitzicht op de plek van de ondergang herinnert nog aan de ramp, net als een massagraf bij Scharbeutz, net buiten Neustadt. Meer dan duizend anonieme graven liggen hier rondom een gedenkteken.

Klaas zou er zomaar tussen kunnen liggen.

Anonieme graven van twee van de 7000 slachtoffers van de ramp, Scharbeutz
Foto: Joost Demmink, augustus 2019

Bronnen

  • Andere Tijden (2011, 22 januari). De ramp met de Cap Arcona. Geraadpleegd in november 2019 van www.anderetijden.nl/aflevering/214/De-ramp-met-de-Cap-Arcona
  • De Westereender (2019, april). Nacht dat vader verdween beheerst nog steeds het leven.
  • Diverse ongedateerde knipsels in familiearchief.
  • Geertsema, S. P. (2011). De Ramp in de Lübecker Bocht. Nederlanders bij het einde van Neuengamme. Amsterdam: Boom
  • Krake, F. (2018, april). De Laatste Getuige. Uitgeverij Achtbaan.
  • Schuyf, J. (red.) (2011, april). Nederlanders in Neuengamme. Zaltbommel: Aprilis.
  • Stichting Vriendenkring Neuengamme (z.d.). Klaas Dijkstra. Geraadpleegd in november 2019 van https://monument.vriendenkringneuengamme.nl/person/401019/klaas-dijkstra