Lilian

Een eeuw vol verhalen in een straatje van 200 meter

De W.A. Scholtenstraat in Groningen

Door Lilian Eefting

De Groningers die je tegenkomt in de W.A. Scholtenstraat zijn altijd onderweg: ze rijden, fietsen of lopen naar of van het centrum, of wachten bij de bushalte. Aan beide zijden van de weg moet je slalommen tussen de fietsen, een signaal dat er achter de gevels ongetwijfeld veel studentenkamers te vinden zijn. De W.A. Scholtenstraat is een kort straatje, een samenraapsel van huisstijlen en woonhuizen met een allegaartje aan ramen, deuren en kleuren. Je treft er nieuwe appartementsgebouwen, maar ook sporen uit het verleden: halverwege de straat aan de even zijde staat een groot gebouw dat vaag doet denken aan een fabriekshal uit oude tijden, her en der tref je op de gevels oude reclame. Tegenover de ‘fabriek’, aan de oneven zijde, vind je de Jeruzalemkerk, daarnaast een woonhuis met kasteelaspiraties, als je afgaat op de drie torens met heuse kantelen. Dit zootje ongeregeld wordt anno 2022 vervolmaakt doordat de weg aan de kop van de W.A. Scholtenstraat opgebroken is. Als het even kan, neem je een andere route – ook al omdat het vanwege al die fietsers, auto’s, bussen en voetgangers niet echt een veilig stukje Groningen is. Toch ken ik deze straat goed: de W.A. Scholtenstraat 22a was 2,5 jaar lang mijn thuis.

De locatie was ideaal: dicht bij het centrum van Groningen, waar ik werkte. Mijn buren waren rustig, de studio was ruim. Aan de straat besteedde ik nooit zoveel aandacht, ook ik ging net als andere passanten zo snel mogelijk naar de stad, zonder een blik te werpen op de gebouwen om me heen. Eigenlijk zonde, want voor een kort straatje als de W.A. Scholtenstraat – nog geen 200 meter volgens Google Maps – heeft het een rijke geschiedenis.

Het begin

Waar nu het Bleekveld – een woonerf achter de huizen aan de even zijde van de W.A. Scholtenstraat – ligt, stond vroeger een fabriek van de vennootschap W.A. Scholten. Deze suiker- en stroopfabriek grensde aan het Hof van Bouwman, een enorme tuin die bij een herenhuis uit 1770 hoorde. De vennootschap wilde haar fabriek uitbreiden met een nieuwe vleugel en vond dit terrein bijzonder geschikt voor dat doel. In 1913 kocht ze de lap grond van de erven voor 150.000 gulden. Dit ging niet onopgemerkt voorbij aan een anonieme lezer van de Provinciale Drentsche en Asser Courant, die de bouwplannen van de gemeente Groningen met argusogen volgde en niet zelden zijn grieven uitte in de krant, maar te beroerd was om zijn naam eronder te zetten. Ook het Hof van Bouwman had zijn aandacht, dat naarmate de tijd vorderde in zijn herinnering steeds mooier werd. Was het in een van zijn eerste brieven nog ‘een soort van bosch […], slecht onderhouden, maar waarvan een lusthof gemaakt had kunnen worden’; drie jaar later toen het perceel gereed was gemaakt voor bebouwing, herinnerde de gefrustreerde briefschrijver zich het Hof van Bouwman opeens als ‘een fraaie, verkwikkende oase voor ’t oog te midden eener dorre, troostelooze omgeving’. Doorgaans vervagen herinneringen, maar in dit geval werd de herinnering een sprookje.

Een deel van het perceel was voorbestemd om een straat te worden, waarvoor de vennootschap een overeenkomst met de gemeente sloot. Dat de gemeente niet opgewassen was tegen de slimme handelsgeest van de Scholtens, vertelt de verontwaardigde briefschrijver ook: ‘Al dadelijk trok het de aandacht, dat, terwijl anders elke stratenaanlegger verplicht is het onderhoudskapitaal te storten, B. en W. ditmaal van dien eisch hebben afgezien. De vennootschap betaalt f 26.000, en daarvoor moet de gemeente het geheele werk op haar kosten uitvoeren, alsmede het onderhoud der aan te leggen straat voor haar rekening nemen.’ Uiteindelijk zou de aanleg f 39.350 ‘verslinden’, aldus de briefschrijver.

En de naam van de straat? W.A. Scholtenstraat natuurlijk.

Een straat vol bedrijvigheid

Een straat die is genoemd naar de bekendste industrieel van Groningen kun je alleen maar eer aandoen met veel bedrijvigheid. Vanaf het begin hebben er bedrijven gezeten; dat kun je honderd jaar nog steeds zien aan de raampartijen op de begane grond: naast de deur zit vaak een opvallend groot raam. Daar moet vroeger de etalage hebben gezeten. In de jaren 20 en 30 zaten hier vooral groothandels: in suikerwaren, tabak, koffie en thee, verpakkingsmateriaal, margarine en vet, bouwmaterialen, verf, veevoeder. Ook wemelde het er vermoedelijk van de auto’s, net als nu: van begin jaren 20 tot eind jaren 70 was het een favoriete plek voor garages, servicesalons, taxibedrijven, een automobielspuiterij, en zelfs een verhuurbedrijf voor rouwauto’s. Garage Saak heeft er tientallen jaren gezeten, met meerdere vestigingen waaronder een garage met kantoor (nr. 6) en een autoservice (nr. 13). Aan het begin van de straat aan de even zijde is dat goed zichtbaar: let op de brede raampartijen op de begane grond, net zo breed als een personenauto. In 1958 werd Saak overgenomen door Hafkamp, die de naam Saak wel bleef gebruiken.

Het begin van de W.A. Scholtenstraat aan de even zijde
Foto: Lilian Eefting

Op nr. 15 was een benzinestation van Hafkamp/Saak gevestigd, maar daar bleef na 9 september 1959 niet veel meer van over. Na een ‘benzine-ontploffing’ brak er een hevige brand uit die het hele station in de as legde. De explosie was zo hevig dat de W.A. Scholtenstraat de voorpagina van het Nieuwsblad van het Noorden haalde: ‘Door de luchtdruk, die de ontploffing teweeg bracht werden niet alleen de buren opgeschrikt, maar zelfs bij de familie Veldkamp, die er vlak bij woont, stoelen, tafels en kasten van de vloer gelicht.’ Ook passanten bleven niet ongedeerd: ‘Op straat werden enkele wielrijders door rondspattende glassplinters getroffen.’

Een andere sector die het goed deed in de W.A. Scholtenstraat was de confectie-industrie. Op nr. 10-12 was confectiefabriek Gebroeders Levie gevestigd – heel handig naast stomerij Gerner. Het pand van Gerner heeft in 2007 plaats moeten maken voor een appartementencomplex dat, toepasselijk, De Gerner heet. Gerner heeft decennialang in de W.A. Scholtenstraat gezeten en liet dat weten ook, getuige de honderden advertenties in het Nieuwsblad van het Noorden door de jaren heen. Hij plaatste advertenties in allerlei soorten en maten, waarvan er een op het eerste gezicht een nogal vreemd aanbod doet; totdat je – letterlijk – tussen de regels door leest.

Advertentie Gerner
Bron: Nieuwsblad van het Noorden, 3 mei 1922

Waar bedrijven zijn, is personeel nodig. En wie personeel zoekt, plaatst advertenties. In het Nieuwsblad van het Noorden zijn honderden personeelsadvertenties geplaatst waarin men op zoek was naar flinke meisjes en nette loopjongens voor de pakhuizen, garages, kantoren en woonhuizen in de W.A. Scholtenstraat. Vooral aan de meisjes worden kennelijk soms hoge eisen gesteld: zo zoeken de gezusters Grijpma (nr. 5) in 1939 ‘wegens teleurstelling, voor direct, een flink Dagmeisje’.

Nieuwsblad van het Noorden, 3 januari 1939

Een straat vol boefjes

Bedrijven trekken niet alleen personeel aan, ook mensen met minder goede bedoelingen. En dat begint in de W.A. Scholtenstraat al in het prille begin, zo valt te lezen in een brief van ‘Abonné W.’ in de krant van 21 augustus 1915:

Geachte heer Redacteur!

Geregeld passeer ik ’s namiddags 5 1/2 uur den Oostersingel en is het mij opgevallen dat de jeugd in den omtrek der W.A. Scholtenstraat zeer lastig en baldadig is. Het is n.l. gewoonte der lieve straatjeugd om de voorbijgangers tot mikpunt te kiezen hunner kleiklompen (kleikluiten) en straatvuil. Ook hebben daar geregeld gevechten tusschen verschillende straatbengels plaats, zoo erg, dat den voorbijgangers de steenen om de ooren vliegen. Mij trof dezer dagen een steen tegen het scheenbeen, waarvan ik als overtuigend bewijs een blauwe plek meedraag.

Dan wil ik nog even opmerken, dat de jonge boompjes aldaar langzamerhand totaal vernield worden. Zoo heb ik voor eenige dagen naar het politiebureau getelefoneerd, dat eenige jongens met een stuk van een ouden graafschop gewapend de boompjes gingen bewerken zoodat aan alle kanten de bast er bij lappen afvloog. Evenwel schijnt mijn klacht niet te hebben gebaat, want gisterenmiddag gebruikten de jongelui voor dit werk, naar het mij voorkwam, moeders broodmes. Ik hoop, dat door middel van Uw veelgelezen blad aan deze wandaden een einde zullen komen.’

In 1969 en 1971 wisten de boefjes de W.A. Scholtenstraat ook te vinden. Zo stalen de 16-jarige B.N. en de 17-jarige J.V. op Nieuwjaarsdag 1969 een auto uit de fabriek van Grijpsma en De Hosson. De twee joyriders kwamen nog best ver: ondanks dat ze achtervolgd werden door de politie, haalden ze vliegveld Eelde. ‘De jongens sprongen uit de wagen, maar de agenten bleken sneller te kunnen lopen’, aldus de krant. Twee en een half jaar later, op 5 juni 1971, was de bewoner van nr. 29 slachtoffer van een inbraak. De buit van dit adres was 700 gulden, slechts een fractie van het totale bedrag dat de dief bij elkaar wist te gappen: zeventien diefstallen leverden maar liefst 4.557 gulden op. En elke cent ging naar de dames van plezier. 

Een straat vol gevonden voorwerpen

Een straat vol bedrijven is een straat vol mensen. En mensen raken soms weleens wat kwijt. Gelukkig woonden in de W.A. Scholtenstraat mensen die graag wilden dat de kwijtgeraakte spullen terugkeerden naar hun rechtmatige eigenaar. De eerlijke vinders zetten regelmatig een berichtje in de rubriek Gevonden voorwerpen. En dat was nodig ook, want de oogst was groot tussen 1924 en 1986: sleutels, handschoenen, armbandjes, damestasjes met inhoud, rollen draad, een spijkerbroek, een stoel, sleutels, gymgoed, een heerenrijwiel, een PVC-buis, een ijzeren buis, een hond, een jongenscape, had ik al sleutels gezegd?, een padvindershoed, een gouden ringetje, een zilveren potlood, vergeet je sleutels niet, eenige ijsmutsen, een bril, een lorgnet en nog veel en veel meer. Er wordt maar liefst acht keer melding gemaakt van verloren portemonnees, maar slechts een keer ‘met inhoud’. Wat er met de inhoud van de andere zeven portemonnees is gebeurd …

Hieruit kun je met een gerust hart concluderen dat ook de bewoners van de W.A. Scholtenstraat beste, brave burgers zijn. Maar ook eerlijke vinders raken weleens iets kwijt. Zo ook dominee B. van Smeden van nr. 29 in december 1924: ‘H.D.W., die Zaterdagmiddag j.l. tussen Groningen en Wehe uit de bus van Groningen naar Zoutkamp, vertrek Groningen 16.45, is gestapt en daarbij zijn grijze hoed liet liggen en mijn zwarte hoed meenam, verzoek ik beleefd maar dringend laatstgenoemd voorwerp ten spoedigste bij mij terug te doen bezorgen.’

Een straat vol schoonheid en spiritualiteit

Een van de redenen waarom iedereen zo snel mogelijk door de W.A. Scholtenstraat sjeest, is de rommelige aanblik. Geen twee huizen zijn gelijk. Halverwege staat een heel breed pand dat wel iets weg heeft van een oude fabriek; ertegenover een vrij lage kerk in een steen die op een druilerige dag er zo donker uitziet dat het lijkt alsof daarbinnen alleen maar hel en verdoemenis wordt gepredikt. Twee deuren verderop, en ook al in een donkere steen, een gebouw met op het eerste gezicht een identiteitscrisis: is het een huis of een kasteel? Ook hier doet de donkere steen vrezen dat het de domicilie is van een duister figuur.

En toch, de wandelaar die zichzelf de rust gunt om even goed om zich heen te kijken, ziet wel degelijk schoonheid. Op de hoek van de Turfsingel en de W.A. Scholtenstraat staat een fraai huis (nr. 1) met een gebogen zijgevel die voor driekwart is bekleed met een mooie, warmrode steen, het onderste kwart in een bruine steen. Dit huis is duidelijk ontworpen door iemand met een eigen stijl, en dat kan kloppen: het was het woonhuis en kantoor van de bekende architect Evert van Linge. Van Linge liet zich inspireren door de Amsterdamse School en De Stijl. Dankzij dit huis geniet de W.A. Scholtenstraat te Groningen toch wel enige bekendheid onder de architectuurkenners: in de meeste naslagwerken van de Amsterdamse School staat wel een foto van dit beroemde huis.

In de straat staan nog twee huizen van zijn hand. Nr. 5 was het woonhuis van dhr. Grijpma. In de gevel van dit huis is dezelfde kleurencombinatie en -verhouding gebruikt als in nr. 1. Naast de voordeur is een reliëf van zandsteen ingemetseld dat het beroep van de bewoner voorstelt: apotheker. Deze Grijpma is dezelfde Grijpma wiens naam op de gevel van nr. 22 prijkt, en ook dit pand was oorspronkelijk ontworpen door Van Linge. Helaas is de buitenkant ingrijpend onder handen genomen, maar op oude foto’s zie je ook hier de geometrische vormen van de Amsterdamse School en De Stijl terug. Nr. 22-22a is weliswaar flink verbouwd, maar op de gevel is nog steeds te lezen wat daar vroeger heeft gezeten: boven de deur GRIJPMA & DE HOSSON, een verdieping hoger DROGERIJEN CHEMICALIËN SPECERIJEN – in fraaie jaren-20-belettering.

Met nr. 22a heb ik een speciale band: hier heb ik namelijk zelf gewoond. Dit was mijn eerste woonstee na een reeks studentenkamers: een ruime studio met eigen keuken, maar wel gedeelde wc en badkamer. Mijn medebewoners waren ouderejaars studenten of jonge mensen met hun eerste baan, zoals ik. Mijn studio keek uit op een soort binnenplein, vanwaar ik in de verte tussen de gebouwen door een van de weinige bomen in de omtrek kon zien. Die boom beschouwde ik in de loop der tijd een beetje als ‘mijn’ boom, niet in het minst vanwege de perfect symmetrische kroon. Ik zag hem groen worden in de lente (iets wat mij niet snel genoeg kon gebeuren, al in februari begon ik te verlangen naar die vage groene waas in de verte), in de zomer droeg hij trots een volle groene bladerkroon, prachtig dieprood in de herfst en omdat het gewoon een heel mooie boom was, waren de kale takken in de winter ook niet vervelend om te zien.
Op een dag kwam er een eind aan dat fraais, toen er aan de rand van het binnenplein een bouwploeg begon met de fundamenten van een nieuw gebouw. Precies tussen mij en mijn boom in natuurlijk. Een paar weken lang hoopte ik dat het nieuwe gebouw niet zo hoog zou worden, maar die hoop bleek ijdel. De boom verdween langzaam uit het zicht. Nu mijn uitzicht alleen maar uit steen bestond, werd het tijd voor een nieuwe woning. Ik vertrok naar de Indische buurt, waar ik nog steeds woon.

Ondanks het feit dat er in zo’n korte straat als de W.A. Scholtenstraat maar liefst drie panden van Van Linge staan, raken ze anno 2022 toch een beetje ondergesneeuwd door het ratjetoe aan bouwstijlen dat erbij kwam. Je zou er bijna van het padje door raken. Niet getreurd: er is meer dan genoeg geestelijke bijstand te vinden hier. Die donkere kerk is van de christelijk-gereformeerden, ertegenover en een beetje verscholen is een zaal waar veel Bijbellezingen worden gehouden. Het Humanistisch Verbond heeft er een vestiging, en natuurlijk de Vrijmetselarij aan het begin van de straat. Ook bij het huis dat wanhopig probeert een kasteel te zijn (nr. 5) kun je terecht met je spirituele vragen. Dit is namelijk het Odd Fellow House, een afsplitsing van de Vrijmetselaars. Toen de Vrijmetselaars in 1717 werden gesticht, sloten steeds meer hooggeplaatste heren zich hierbij aan: hertogen, geleerden, notabelen. De ‘gewone man’ voelde zich steeds minder op zijn gemak en begon rond 1738 een eigen orde: de Odd Fellows (letterlijk: de ‘overgebleven broeders’). Toeval of niet, in Groningen staan beide loges in dezelfde straat. En die drie zuilen? Die hebben wel degelijk betekenis, ze staan voor vriendschap, waarheid en liefde.

Een straat in oorlog

Het Odd Fellow House (nr. 21) is niet altijd van de ‘overgebleven broeders’ geweest. In de Tweede Wereldoorlog werd het geconfisqueerd door de nazi’s, die er Winterhulp Nederland vestigde. Zo maatschappelijk betrokken als de naam klinkt, was deze organisatie toch niet helemaal. Alle maatschappelijke hulpverlening die door de overheid, particulieren of religieuze organisaties werd georganiseerd, liep vanaf dat moment via Winterhulp Nederland, dat vanaf augustus 1941 Nederlandse Volksdienst heette. Wilde je een schenking doen, dan liep dat nu via deze instantie. Dat niet alle Groningers blij waren met deze ontwikkeling, blijkt uit het feit dat directeur Klaassens tijdens de oorlog diverse malen brieven liet publiceren in de krant waarin hij de Volksdienst en zijn besluit om zich daarvoor in te zetten, verdedigde.

Het wrange is dat tegenover de Volksdienst een grote confectiekledingfabriek was gevestigd: Heerenkledingfabriek Gebr. Levie. De naam verraadt het al: de eigenaren waren van joodse afkomst. De Gebr. Levie was in de jaren dertig uitgegroeid tot een van de grootste kledingfabrikanten in Groningen. Ze stonden erom bekend dat ze joodse jongens die elders niet of nauwelijks aan de bak kwamen, een plek gaven in hun fabriek om te voorkomen dat ze in de beruchte Koloniën van Weldadigheid belandden.

Het donkere gebouw links waar de vlag uithangt is het Odd Fellow House (in de Tweede Wereldoorlog de nationaal-socialistische Nederlandse Volksdienst), rechts de herenconfectiekledingfabriek van de gebroeders Levie met grotendeels joodse werknemers
Foto: Lilian Eefting

Hoe zou dat geweest zijn in de oorlog, tientallen joodse werknemers in een fabriek recht tegenover de mensen die hen haatten? Niemand die het weet, maar de rillingen lopen je over de rug bij de gedachte. Wel bekend is dat de fabriek in de oorlog werd overgenomen door Santega, die na de oorlog de zaak voortzette onder de naam ‘Santega voorh. Gebr. Levie’. In de hal van de fabriek hangt een plaquette met de namen van de joodse werknemers die in de oorlog zijn omgekomen.

Een straat vol

De W.A. Scholtenstraat in Groningen. Een op het eerste gezicht onooglijk straatje van 200 meter waar passanten doen waar ze het best in zijn: doorlopen, doorrijden, doorfietsen. Maar ook een straatje vol geschiedenis, met talloze bedrijven, sollicitanten, werknemers, ontevreden huisvrouwen, criminele activiteiten, je struikelt er over de portemonnees, sleutels en buizen. En als je dan weer opkrabbelt, zie je maar liefst drie huizen van een wereldberoemde architect, een huis dat een kasteel wil zijn, een sombere kerk en een grote voormalige fabriek waar de werknemers in de oorlog met angst en beven naar de overbuurman moeten hebben gekeken. In de tijd dat ik er zelf woonde, had ik er geen weet van: ook ik liep en fietste door. Maar nu weet ik het wel. Nu kan ik achter de gevels kijken.

Met dank aan Karen Mulders voor haar hulp en advies bij het maken van de foto’s (april 2022).

Bronnen
Advertentie