Lilian

Gegeseld uit liefde

25 juni 1718. In een cel in de Peter-en-Paulvesting te Sint-Petersburg ligt een jongeman te kreunen van de pijn. Hij heeft zojuist vijftien slagen ontvangen met de knoet. Zijn verzwakte lichaam kan het niet meer aan. In zijn laatste uren, die gevuld zijn met pijn en frustratie, denkt de jongeman aan degene die ervoor gezorgd heeft dat hij in de gevangenis zit en met angst en beven naar de volgende morgen uitziet. Zal de knoet dan weer een hoofdrol spelen? Wat wil zijn aartsvijand nog meer van hem? Hij heeft al alles gegeven wat hij heeft. Hij voelt zich verraden door alles en iedereen: zijn zwangere maîtresse, zijn beste vrienden, zijn raadgevers, zijn biechtvader, zijn God – en bovenal door zijn vader. Zijn vader is immers degene die hem in de cel heeft doen belanden. Zijn vader is zijn aartsvijand geworden. Zijn vader is Peter de Grote, tsaar van Rusland. Hoe heeft dit in Godsnaam toch zo ver kunnen komen?

Peter de Grote

Nauwelijks zichtbaar siddert er af en toe een lichte huivering door het hoopje vodden. Nauwelijks hoorbaar klinkt er een zacht gekreun dat ergens onder die lompen vandaan lijkt te komen. Duidelijk doordringend is de geur van angst en uitputting, van zweet, bloed en urine. Het hoopje vodden ligt op een sobere brits, gemaakt van een stalen onderstel en harde houten planken. De brits staat in een kale ruimte met dikke muren en een koude, stenen vloer. De ruimte wordt van buiten afgesloten met een stevige deur van hout; hoog in de muur tegenover de deur is een kleine opening met tralies. In de cel staat verder nog een eenvoudige houten tafel.

De cel bevindt zich in de Peter-en-Paulvesting in Sint-Petersburg. Die vesting staat er nog niet zo lang, en het hoopje mens dat zich uitgeput en bang onder de paardendeken verschuilt, heeft de twijfelachtige eer de eerste gevangene van deze vesting te zijn. En het is niet zomaar iemand: het is de zoon van de man die opdracht heeft gegeven tot de bouw van deze vesting. De man is tsaar Peter de Grote van Rusland, zijn zoon is Aleksej Petrovitsj.

Aleksej is aan het eind van zijn krachten. Elke beweging, hoe klein ook, doet ontzettend veel pijn. Zijn gestel is nooit sterk geweest, maar die onbarmhartige slagen van de knoet (een soort gesel) hebben het laatste beetje levenskracht wat hij nog had, bijna doen verdwijnen. De harde planken van de brits waar hij op ligt zorgen voor nog meer ongemak: het harde hout dringt dwars door zijn kapotte huid in zijn zwakke botten. Met een laatste inspanning probeert Aleksej om de zoveel tijd net even iets comfortabeler te liggen, even die zere doorligplekken wat rust gunnen. Maar zijn lichaam is inmiddels zo gegeseld, dat hij bijna automatisch op een nieuwe wond komt te liggen. Een golf van pijn schiet door zijn lichaam. Voor zijn gevoel schreeuwt hij het uit van pijn, woede, angst, frustratie – maar de onmacht van zijn lichaam is al zo groot dat het slechts als een licht gekreun klinkt.

Aleksej lijdt niet alleen fysiek pijn. De grootste pijn zit in zijn hart, vermengd met verdriet, woede, haat en angst. Het verdriet is voor zijn zwangere maîtresse Afrosinja. Waar nu verdriet heerst, stroomde ooit zijn hart over van liefde voor haar. Ze hadden toen samen een toekomst voor ogen waarin hij als tsaar van Rusland het land zo snel mogelijk zou ontdoen van alle verderfelijke, buitenlandse elementen. Hij had haar nooit die ene brief in bewaring moeten geven, wat een spijt heeft hij daar nu van. Als de onderzoekers van zijn vader die brief niet hadden gevonden, had Aleksej nu niet in de cel gezeten. Maar Afrosinja bleek niet te vertrouwen. Niet alleen liet ze die brief zien, ze verklapte ook hoe Aleksej in werkelijkheid over zijn vader dacht.

En dat was niet mals. Want de haat en de woede in zijn hart zijn gericht op hem, op zijn vader Peter de Grote. Zijn vader heeft Rusland verraden aan het buitenland. Al die rare buitenlanders in zijn geliefde vaderland, die de Russen beïnvloeden met hun malle fratsen. Het hele straatbeeld in Rusland is veranderd: niet alleen de nieuwe huizen naar Italiaans model, maar ook de kleding, en mannen dragen geen baard meer zoals gebruikelijk volgens de eeuwenoude Russisch-orthodoxe traditie. En ze keren zich ook nog eens steeds meer af van het ware geloof, het Russisch-orthodoxe christendom. Het traditioneel-christelijke land waarin Aleksej opgroeide, lijkt wel voor zijn ogen te verdwijnen. Daarom had hij zich voorgenomen om, als hij eenmaal tsaar was, alle hervormingen van zijn vader terug te draaien en het land weer veilig, orthodox te maken.

Maar Aleksej peinst er niet over om dat hardop te zeggen. Want die man die hij zo diep haat, die man die hij nauwelijks kent en die toch zijn vader is – die man aarzelt niet om mensen die hem dwarsbomen te straffen. En of dat nu lijfstraffen met de knoet, verbanning naar de verste uithoeken van zijn immense rijk of zelfs de dood is – Peter zal ze wel laten voelen wie de baas is. Ook zijn bloedeigen zoon en troonopvolger. Aleksej is doodsbang voor hem.

Diep van binnen weet Aleksej dat hij zo stil mogelijk moet blijven liggen. Dan voelt hij de minste pijn. Maar soms lijkt het alsof het harde hout van de brits druk uitoefent op zijn wonden, ook al weet hij dat dat niet kan. Hij ligt op zijn buik, op zijn rug is uitgesloten vanwege de diepe striemen die de knoet gemaakt heeft en die slecht genezen. Hij heeft gemerkt dat hij de pijn wat beter kan verdragen als hij dan weer wat meer op de linkerhelft van zijn lichaam leunt en dan weer op zijn rechterhelft. Nu is zijn linkerhelft weer aan de beurt. Heel voorzichtig verplaatst hij zijn gewicht, maar de pijn blijft onverdraaglijk. O, wat verlangt hij naar een paar minuten zonder pijn. Een paar minuten maar.

Vader en zoon

Peter en Aleksej, vader en zoon. Twee tegenpolen in een uiterst ingewikkelde relatie, want door afkomst tot elkaar veroordeeld en beide verbonden met verleden, heden en toekomst van een groot rijk in ontwikkeling. Vader en zoon staan lijnrecht tegenover elkaar.

De vader, Peter, haat Moskou en het oude Rusland. Een diepgewortelde haat, die haar wortels heeft in zijn jeugd. In het Kremlin van zijn jeugd was een bittere tweestrijd ontstaan tussen het oerconservatieve, Ruslandgezinde kamp en het nieuwe, progressieve, westers georiënteerde kamp. Het Russische kamp kreeg de overhand en moordde op een nacht een groot deel van het andere kamp uit. Dat kamp bestond voornamelijk uit de familie van Peters geliefde moeder. Het Kremlin krijgt zo voor Peter een bittere bijsmaak, vol herinneringen aan die traumatische nacht. Hij ontvlucht die benauwende omgeving zo veel hij kan.

Peter houdt al van jongs af aan van de zee. Helaas ligt Moskou diep in het binnenland. Als hij eenmaal tsaar is, zet Peter daarom zijn zinnen op de Oostzee: een mooie handelsroute naar West-Europa. Het enige obstakel is dat de Oostzee en het omringende land in handen van de Zweden zijn. Een lange oorlog volgt, die aan beide kanten vele mensenlevens eist. In 1703 slaagt Peter erin de doorgang naar de Oostzee in handen te krijgen. Zonder aarzelen geeft hij opdracht om er een stad te bouwen, op palen zoals hij in Amsterdam had gezien. Sint-Petersburg.

Tegen die tijd is Peter al een gevreesd man. Zijn enthousiasme om Rusland om te bouwen naar westers model wordt door zijn onderdanen – en zijn zoon Aleksej – nauwelijks gedeeld. De hogere adel raakt zijn privileges kwijt. Waren ze onder zijn vader nog verzekerd geweest van makkelijke, goedbetaalde baantjes en andere pleziertjes – Peter kijkt naar wat iemand werkelijk in huis heeft. Hij voert een soort dienstplicht in voor jongemannen van adel. Die moeten verplicht in het leger, de pas opgerichte marine of naar het buitenland. Dat zijn ze helemaal niet gewend en al snel blijkt dat veel adel eigenlijk tot weinig in staat is. Het wordt nog erger als blijkt dat buitenlanders van veel lagere afkomst – burgers! – wel voldoen aan Peters eisen. Zij krijgen als blijk van waardering de rangen en privileges die de adel is kwijtgeraakt. Dat zet kwaad bloed, ook bij zijn zoon die veel vrienden heeft die hun beklag bij hem komen doen over zijn vader.

Peter ‘nodigt’ de adel uit om ook in Sint-Petersburg te gaan wonen, net als hij. De adel kent de grillen van zijn tsaar inmiddels en weet dat hij weinig keus heeft. Tegen hoge kosten en op de lijken van vele, vele arbeiders herrijst er in de baai bij de Finse Golf een nieuwe stad. Een stad gebouwd op haat.

In die stad ligt zo’n tien jaar later zijn zoon nu op adem te komen, in zijn cel in de nieuwe Peter-en-Paulvesting. De pijn van het verplaatsen van het gewicht zakt nu langzaam weg.

Peter was in Moskou zeer jong getrouwd, uitgehuwelijkt bijna, met een vrouw uit een conservatieve, Ruslandgezinde familie. Uit dat huwelijk wordt een zoon geboren, maar omdat Peter zich nauwelijks met zijn opvoeding bemoeit, wordt Aleksej conservatief opgevoed. Peter ontdoet zich na verloop van tijd op handige wijze van zijn vrouw – hij stopt haar in een klooster – en trouwt opnieuw, nu met een boerenmeisje dat was opgevangen door een bevriende, westers georiënteerde adellijke familie. Hij begint een nieuw leven en een nieuw gezin, maar negeert zijn eerstgeboren zoon, Aleksej.

Aleksej groeit op in een heel andere omgeving: conservatief, orthodox. Hij ziet met lede ogen aan hoe zijn vader zijn geliefde Rusland verraadt aan het westen. Alles wordt weggegeven aan die buitenlanders, zo lijkt het wel. Langzaam aan groeit zijn wrok jegens zijn vader; een wrok die maar wat graag wordt aangewakkerd door zijn vertrouwelingen, die hij voornamelijk in de Russisch-orthodoxe kerk vindt en die zelf ook geen hoge dunk hebben van de tsaar.

Aleksej

Dit grote contrast tussen vader en zoon blijkt niet alleen uit hun ideeën en overtuigingen, het is ook zichtbaar in hun uiterlijk. Vader is een grote man van 2 meter lang, met bruin krullend haar, grote groene ogen, een krachtige snor en een vastberaden blik in zijn ogen. Zoon is tenger gebouwd, met een lang, smal gezicht, hoog voorhoofd en een verlegen, schuchtere blik.

Vader en zoon staan lijnrecht tegenover elkaar, maar de zoon zal op een gegeven moment toch zijn vader moeten opvolgen. Na jaren van negeren doet tsaar Peter nu zijn best om Aleksej overal bij te betrekken. Hij stuurt hem naar het buitenland, laat hem zien hoe hij Rusland aan het hervormen is naar een modern land, laat hem vergaderingen bijwonen, stuurt hem op campagne in een van zijn oorlogen. En hij stuurt hem ellenlange brieven waarin hij alles tot in detail uitlegt.

Het mag niet baten. Naast pure afkeer voor zijn vader voelt Aleksej ook angst. Hij kent de grilligheden en het temperament van zijn vader maar al te goed, heeft vaak genoeg zien dat Peter zomaar kan ontploffen van woede en degene die het dichtst bij hem staat, genadeloos afranselt. Aleksej weet diep vanbinnen dat hij simpelweg niet de troonopvolger is die zijn vader wenst en dat ook nooit zal worden. Bovendien is hij verliefd op een meisje dat niet de goedkeuring van zijn vader heeft. Aleksej ziet nog maar één uitweg: vluchten. Hij hoopt dat het niet al te lang zal duren: zijn vaders gezondheid is al jaren zwak en hij heeft al een aantal keren op het randje van de dood gezweefd. Met een beetje geluk is hij maar een paar jaar op de vlucht.

Zo heel af en toe glijdt Aleksej weg in een diepe, droomloze slaap. Van pure uitputting voelt hij zijn lichaam zwakker en zwakker worden. Aleksej is zijn vechtlust allang verloren, en nu zijn lichaam het steeds meer laat afweten, kan hij zich alleen maar overgeven aan die diepe, diepe slaap. Even niets.

Het verraad

Als Peter ontdekt dat Aleksej op de vlucht is, wordt hij razend. Hij is verraden door zijn bloedeigen zoon, en erger nog: de troon is in gevaar. Want het is bekend dat de zoon heel andere ideeën heeft over de toekomst van Rusland dan de vader. De vader weet dat, en weet dat zijn zoon niet de enige is die er anders over denkt. Peter beseft dat zijn zoon niet in zijn eentje gevlucht is, Aleksej moet hulp gehad hebben. Dat maakt het voor Peters gevoel nog erger. Een samenzwering tegen hem, de tsaar?

Hij geeft opdracht Aleksej op te sporen. Ze vinden hem uiteindelijk in Napels en brengen hem terug naar Sint-Petersburg, de nieuwe hoofdstad. Aleksej is doodsbang. Nu zal zijn vader hem toch zeker wel laten martelen. Maar Peter is bereid zijn zoon te vergeven als hij afstand doet van de troon en de namen noemt van degenen die hem op zijn vlucht geholpen hebben. Aleksej gaat akkoord. Hij ziet geen andere uitweg.

Honderdzestig jaar later inspireert dit vader-zoonconflict de Russische schilder Nikolai Ge tot een schilderij waarin een bedremmelde Aleksej voor zijn teleurgestelde vader staat

Aleksej wordt streng ondervraagd en noemt de belangrijkste namen. Zijn vaders woede lijkt bekoeld. Maar de opluchting van Aleksej is van korte duur. Zijn maîtresse Afrosinja, die inmiddels zwanger van hem is, verraadt hem. Hij had haar ooit een brief in bewaring gegeven waarin stond dat hij na de dood van zijn vader terug zou keren naar Rusland en alle hervormingen zou terugdraaien. Peters onderzoekers hebben die brief gevonden en aan zijn vader gegeven.

Aleksejs lot is nu bezegeld. De gevonden brief en de bekentenis van zijn maîtresse overtuigen Peter ervan dat zijn zoon een samenzwering tegen hem aan het opzetten was. Hij wil nog meer namen, en zal ze krijgen ook. Al gaat dat ten koste van zijn eigen zoon.

Aleksej slaapt langer en dieper. Slaap kun je het eigenlijk niet meer noemen. Zijn lichaam is op, bestaat niet meer, heeft Aleksej bijna verlaten – net als iedereen. Er is alleen maar een soort van zijn, heel ver weg. In deze staat van bewustzijn lijkt zelfs de pijn verdwenen.

Onder hevige martelingen geeft Aleksej de ene naam na de andere. Stuk voor stuk worden ze opgepakt, verhoord en zo nodig terechtgesteld. Een storm van angst jaagt door de stad: diep van binnen hebben de meeste Russen genoeg van de zware hervormingen van hun tsaar en zijn ze op de hand van de jonge tsarevitsj. Maar dat zullen ze nooit in het openbaar laten merken. Kijk maar wat er gebeurt met degenen die dat wel deden, die zie je nooit meer terug. De stad siddert onder de toorn van de tsaar.

Intussen wordt Aleksej zwakker en zwakker. Zijn gestel was al niet sterk: in tegenstelling tot zijn boomlange vader is hij tenger gebouwd. En hoewel hij in bijna alles Peters tegenpool is, heeft hij één ding met hem gemeen: zijn liefde voor alcohol. Aleksej houdt wel van een drankje, maar zijn lichaam kan zijn drinkgelagen vaak niet aan. Met als gevolg dat zijn algehele gezondheid niet veel meer voorstelt als hij wordt opgepakt, laat staan wat een verblijf in de gevangenis doet. Tel daarbij op dat een gezonde man al breekt na zestien slagen met de knoet – Aleksej krijgt er in totaal veertig, verdeeld over twee sessies.

Het eenzame hoopje vodden op de brits heeft al uren niet meer bewogen. Het ligt daar maar, stil en verlaten door alles en iedereen. Door het tralieraam zweeft een koel zomerbriesje naar binnen. Het vult de kille, stenen ruimte, lijkt even boven het hoopje vodden te hangen. Het hoopje beweegt nog één keer, omhoog, alsof het wordt opgetild door het lichte briesje. Dan slaakt het een laatste zucht en zakt ineen. Om nooit meer te bewegen. Het briesje verlaat de cel. De lucht staat stil.